RADIO ORANJE EN DE BRANDARIS

Het was op zondagavond 28 juni 1940 dat voor het eerst in de aether de woorden weerklonken: “Hier Radio-Oranje”, zulks ter inleiding van een uitzending, waarin Hare Majesteit Koningin Wilhelmina haar eerste grote toespraak zou houden tot haar verdrukte volk.
Toen de Nederlandse regering in de Mei-dagen van 1940 in Londen arriveerde, werd met de Engelse instanties een regeling getroffen, waarbij de Nederlandse regering van de BBC de beschikking kreeg over een kwartier zendtijd per dag. Dit kwartier zou een bij uitstek Nederlandse uitzending worden. In alle vraagstukken van politiek zou de lijn door de Nederlandse regering worden uitgestippeld, hoewel het vanzelf sprak dat ten aanzien van alle kwesties van militaire veiligheid de Engelse autoriteiten censuur zouden uitoefenen, zoals ook het geval was met de Nederlandse uitzendingen van de BBC.

H.M. Konigin Wilhelmina sprak haar volk in de jaren 1940 – 1944
herhaaldelijk voor de microfoon toe.


Radio Oranje was eerst gevestigd in Stratton House, het door de Nederlandse regering betrokken gebouw in Piccadilly. De staf bestond welgeteld uit twee personen, een chef, in Nederland secretaris van de VARA, en een assistent, tevoren redacteur van "De Groene Amsterdammer". Er was ook een secretaresse en toen de programma's werden uitgezonden had men tevens de beschikking over een tafel en drie stoelen, die de nieuwe afdeling hevig benijd werden door het overige personeel van de Voorlichtingsdienst.
In het eerste jaar van het bestaan van "Radio-Oranje" waren de programma's beperkt tot verslagen van regerings werkzaamheden, ontmaskering van de door Duitsers en N.S.B.ers gevoerde propaganda, reportages van Marine, Koopvaardij, Brigade en Luchtmacht en op vijdagavonden het wekelijks overzicht van politieke en militaire gebeurtenissen. Toen Radio-Oranje in de eerste maanden van 1941 uit bezet gebied de teksten ontving van een aantal liedjes met scherp anti-Duitse inslag, besloot men, aangespoord door het voorbeeld van de Franse sectie van de BBC, die iets dergelijks deed, te proberen wekelijks een programma uit dergelijke liedjes samen te stellen.

De twee sprekers van "De Brandaris" De Rotterdammers en Bob bespreken hun tekst met de regiseur van het programma voor zeevarenden


Men begreep dat een deel van de luisteraars op dit programma geen prijs zou stellen, maar vertrouwde dat dit deel zou beseffen dat zulk een uitzending tegemoet zou komen aan wat in andere lagen van het Nederlandse volk leefde. Zo ontstond "de Watergeus". Dat alle moeite die daarvoor nodig was niet voor niets was geweest, bleek uit de bezoeken van eenvoudige vissers en arbeidersjongens die, als Engelandvaarders in Londen beland waren, op het kantoor van "Radio-Oranje" verrassend uit de hoek konden komen met een of vele van de "Watergeus" liedjes.
Na de Duitse inval in Nederland bleven ver over de tienduizend Nederlanders voor de Gealliëerde zaak de wereldzeeën bevaren. Ook een aantal trawlers was nog uit Nederland ontkomen. En last but not least was er ook nog de koninklijke Marine. Nederland voer, viste en vocht door. Voor de Nederlandse zeevarenden moest iets gedaan worden om het contact te onderhouden. Er was maar een manier om allen tegelijk te bereiken; de radio. Op 6 mei 1941 hechtte de de Nederlandse raad van Ministers zijn goedkeuring aan een, in overleg met de BBC, opgesteld project tot oprichting van een omroep voor Nederlandse zeevarenden.De uitzendingen zouden staan onder directie van de BBC die er de volle verantwoordelijkheid voor aanvaarde, maar tevens zou een zo nauw mogelijk contact onderhouden worden met de Nederlandse regering en het Nederlandse Scheepvaart Comité. Twee leden van de Regeringsvoorlichtingsdienst zouden worden uitgeleend aan de BBC voor de organisatie van de nieuwe uitzendingen. De een was "De Rotterdammer", de ander "Bob den Doolaard". Ze begonnen met het opstellen van hun eerste programma's in een schoongemaakte kolenkelder van het gebouw waar de Europeese Afdeling van de BBC huisde. De ware zeemanstermen leerden landrotten van een gewezen marconist bij de grote vaart, die toen na een torpedering hem zwaar had geknauwd, voorlopig aan de wal was. De avond voordat de zeelieden-omroep op de aethergolven te water zou worden gelaten had men ondanks veel gepieker nog geen toepasselijke naam ervoor kunnen bedenken. Maar op dat ogenblik kreeg de Chef van de Regeringsvoorlichtingsdienst een lumineus idee. Hij belde laconiek op : "Hebben jullie wel eens gedacht aan de vuurtoren op Terschellin?" Dat was het : "De Brandaris". Niet alleen een symbolische naam, die allen op zee aan het licht langs de Nederlandse kust deed denken, maar tevens een duidelijke naam,die klonk als een scheepsklok.
Toen op 1 Juli 1941 om kwart voor twaalf het rode licht in de studio aanging en de nieuwe openingsmuziek, "In naam van oranje", had weerklonken, werden de eerste woorden gesproken van een reeks uitzendingen waarin de krachtige toesprakenvan de "Rotterdammer" steeds een bezielende uitwerking hadden en de commentaren van Bob iedere dag als het ware een spiegel van het wereldnieuws vormden.
De Brandaris groeide als kool. En in antwoord op vele verzoeken van briefschrijvers, die de programma leiders verzochten een uitzending te mogen bijwonen, besloot men een openbare uitzending te geven in een van de studiotheaters van de BBC. Op de dag van de 100ste "Brandaris" uitzendingen stonden er voor de deuren van het voormalige West-end-theater al een half uur van te voren honderden zeevarenden te wachten. Binnen waren de Volendam-band en het orkest van Jack Payne druk bezig met reperteren. Hoogewaardigheidsbekleders bevolkten de loges. Het programma dat in precies 29 minuten en 40 seconden moest worden afgewerkt, bestond uit 17 verschillende nummers en het was voor het "Brandaris" personeel een grote opluchting toen de uitzending (met 30 seconden over) veilig binneliep.
Het was evenwel niet alleen de "Brandaris" familie die in deze uitzendingen voor de microfoon aan het woord kwam. Er waren vele gasten, waaronder leden van de Nederlandse regering, Prins Bernard en natuurlijk ook Koningin Wilhelmina, die de "Brandaris" studio met haar bezoek vereerde op zondag 15 maart 1942, kort na de val van Bandoeng. Haar laatste woorden waren:

"Ons rijk zal herrijzen, schoner en krachtiger dan vooheen."

In de loop van 1942 werd steeds meer zijden op aandrongen dat de Nederlandse regering de in Londen beschikbare radio-krachten bijeen zou brengen in een radio-omroep, desnoods met opoffering van de zeelieden-omroep. Maandenlang werd over deze plannen gedelibereerd totdat in Oktober 1942 Minister Gerbrandy, die verantwoordelijk was voor het radio beleid, de knoop doorhakte. "De Brandaris" werd opgeheven, niet zonder protest aan de zijde van de zeelieden, en zijn personeel zou de staf van "Radio Oranje" versterken. Zo begon "Radio Oranje" op 1 November een nieuw leven. de staf verliet Stratton House, streek eerst neer in het ruime hoofdgebouw van de Europeese Dienst van de BBC en verhuisde later naar een ouderwets kantoorgebouw in een nauw straatje, leidend naar de Theems.
Voor het contact met de verschillende BBC afdelingen zorgde de "producer", de regiseur van "Radio Oranje" en tevoren ook van de "Brandaris". Dit was een jonge Nederlander die overigens in Engeland geboren en getogen, en die voor de oorlog in Londen architect was. Hij besteedde aan de artistieke kant van de programma's steeds evenveel aandacht als de andere leden van de staf aan de inhoud.
En nu kwam "Radio Oranje" eerst recht op gang. Het nieuws maakte nooit een belangrijk deel uit van de programma's; dat was de taak van de BBC. In de uitzendingen van: "De stem van strijdend Nederland" beperkte men zich hoofdzakelijk tot "politieke oorlogvoeringen" tot aanwakkeren, waar nodig, van de geest van het verzet. Als spreekbuis van de Nederlandse regering begon men in het voorjaar van 1943 met het doorgeven van officiele orders, die in overleg met de ondergrondse beweging, tot het Nederlandse volk werden gericht.
Nog geen half jaar nadat de reorganisatie had plaats gehad maakten de Duitsers de nieuwe "team" van "Radio Oranje" een slechtgemeend compliment: in het midden van Mei 1943 gelastten zij in Nederland het in beslag nemen van alle radiotoestellen. Behalve in Polen, waar de Duitsers probeerden het hele interlectuele level te onderdrukken, en het Noorse kustgebied, hebben ze geen ander land zulke desperate maatregelen genomen om de geestelijke band met de buitenwereld te verbreken. Maar hoeveel het aantal luisteraars sterk verminderde, kon de vijand de stem van de BBC en " Radio Oranje" niet het zwijgen opleggen en bleef men in contact. Om veiligheidsredenen liet men Ïn naam van Oranje" aan het begin van de uitzendingen achterwege, en terwille van de duidelijkheid werden er nog enkele andere kleine veranderingen aangebracht.

De staf van Radio Oranje tezamen in een studio.


Toen in September 1944 aan de stroomvoorziening in het westen van Nederland een einde kwam daalde het aantal luisteraars weer aanmerkelijk, maar diegenen die bleven luisteren vormden toen een uiterst belangrijk gehoor. Bijna allen verbreiden ze het nieuws daar middel van geheime bladen. Sommigen luisterden om de codeberichten te horen waaruit ze konden vernemen waar de gealieerde vliegtuigen wapenen zouden neerwerpen voor de ondergrondse beweging. Uit elke uitzending van "RadioOranje" bleek dat er eindelijk tussen de radio in Londen en de verzetsbeweging een zeer nauwe contact was tot stand gebracht. Keer op keer zond "Radio Oranje" waarschuwingen uit die verband hielden met besluiten die in bezet gebied pas waren uitgevaardigd of zelf nog in het geheel nog niet door de Duitsers waren bekend gemaakt. In vele plaatsen werd de bevolking nog tijdig verwittigd van Duitse plannen voor een nieuwe razzia. Zo was de taak van "Radio Oranje" belangrijker dan ooit te voren, al waren er nog nooit zo weinig luisteraars geweest.
Toen in mei 1945 de zetel van de Nederlandse regering weer naar Den Haag werd verplaatst kwam er een einde aan de uitzendingen van "Radio Oranje". "Bijna vijf jaar lang", zei een van de leden van de staf van de Nederlandse Omroep in Londen, " hebben we samengewerkt met de BBC en de andere Engelse instanties, en nooit is er misverstand geweest, laat staan conflict, en we zijn gelukkig bij de gedachte dat onze uitzendingen misschien, afgezien van de steun die ze menig Nederlander in de donkerste uren van de oorlog hebben kunnen bieden, mogelijk ook hebben geholpen Engelsen en Nederlanders nauwer tot elkander te brengen".

Overgenomen uit "Hier is London", uitgegeven door de BBC in oktober 1945

Home