HALLO BANDUNG

1928

In 1928 waren de technische middelen zover gevorderd dat het mogelijk was telefonisch met Indonesië contact te leggen door middel van radio-uitzending op de korte golf.

World
of
Wireless


HERINNERINGEN

AAN DE EERSTE RADIOTELEFOONGESPREKKEN
TUSSCHEN NEDERLAND & NEDELANDS-INDIË
IN MCXXIII

 


In 1928 waren de technische middelen zover gevorderd dat het mogelijk was telefonisch met Indonesië contact te leggen door middel van radio-uitzending op de korte golf.

Tot dan toe bestonden de middelen om contact te onderhouden met verre familie uit de (zee-)post en de telegraaf.
Vanaf 28 februari 1928 vonden in een periode van enkele maanden proefgesprekken plaats. Mensen moesten voor deze gesprekken nog wel reizen naar de studio in Den Haag.
Op 7 januari 1929 werdt de verbinding officieel opengesteld, er werden zogenaamde "indië-cellen" geïnstalleerd in de grote steden. De PTT zag het historische belang van deze gebeurtenis en heeft de persoonlijke ervaringen van de eerste sprekers vastgelegd in het boekje "Hallo Bandoeng, hier Den Haag."

Hieronder vindt u één enkel verhaal.




HET BELEEFDE WONDER

"Ben jij 't Pa"?

Ik had op 3 juli in het gebouw van het hoofdbestuur der posterijen en telegrafie in Den Haag de gelegenheid om een radio-gesprek te voeren met onzen in Indië wonenden oudsten zoon.
Iedereen heeft al in de kranten gelezen van die gesprekken. Maar het echte wonder ervan dringt toch eerst tot je door als je 't beleefd hebt. Vooral wanneer zoo'n geprek kan worden gevoerd tusschen ouders en kinderen, die door 's werelds loop zóó ver en zóó lang van elkaar gescheiden als het verblijf in Indië nu eenmaal meebrengt.
In een klein vertrek, goed afgesloten van elk buitengeluid, staat een klein toestelletje. Het lijkt een velletje wit-grijzig vloeipapier, gevat in een portretlijstje, niet groter dan een middelmatige hand. Je neemt plaats aan het tafeltje, waarop 't staat. We waren met z'n vieren. We zetten de kop- telefoons aan 't oor, in spannende verwachting. De bedienende ambtenaar, ook met een kop-telefoon aan 't oor, spreekt heel gewoon, niet luider als sprak hij met iemand in de kamer zelf.
- Hallo, Weltevreden? Is de heer Vliegen daar?
En even onmiddelijk als bij een gewoon stads-telefoongesprek komt het antwoord:
- De heer Vliegen is in aantocht.
En een paar sekonden later komt de stem, die je onmiddelijk herkent, de stem van den zoon, die 12.000 kilometer ver is, de stem die je zoo vele lange jaren niet hebt gehoord.
- Ben jij 't Pa? En hoe is moe bij je?
- Ja, en je broer en zus ook.
En het gesprek begint. Wij herkennen onmiddelijk de stem van zijn vrouw die er zich in mengt. En van onzen kant praten we de een na den ander en op iedere vraag volgt prompt het antwoord, misschien niet zóó duidelijk als stond de spreker van den anderen kant, voor je in de kamer, maar wél even duidelijk als wanneer je een telefoongesprek voert tusschen Den Haag en Amsterdam. Iedere nuance van de bekende stem komt uit, de bepaalde uitspraak van een bepaald woord, de klank van den welbekenden lach als er een grap wordt gezegd, elke eigenaardigheid van de stem en van de uitspraak hoorje en hij daar aan den anderen kant van de wereld hoort 't ook. 't Is of je vlak bij elkaar bent gebracht.
Een levendig besef van het wonder komt plotseling als hij vraagt:
- Hoe laat is 't bij jullie?
- Half vijf, en bij jullie?
- Goed half elf.
Wij hebben hier buiten de stralende namiddagzon, bij hun is 't al meer dan vier uur donkere nacht. Drie minuten mocht het gesprek duren, maar de ambtenaren aan beide kanten, waarschijnlijk zelf schik hebbend in 't geval, omdat het zoo goed gaat, geven wat toe. Maar eindelijk moet het gebruikelijke: dàg! Hou je goed! komen. We hooren hem aan den anderen kant nog tegen den bedienenden ambtenaar zeggen:
- 't Was buitengewoon duidelijk, o ja!
En dan is 't kontakt verbroken, de afstand hersteld. Weer scheiden de 12.000 kilometer je van elkaar, maar we hebben een wonder beleefd. Begrijpelijk is het dat velen, vooral de moeders die met in Indië verwijlende kinderen spreken, van aandoening haast geen woord kunnen uitbrengen. In dit kleine vertrek worden vele tranen van vreugde gestort.
Het wonderste van alles is, dat het overbrengen van het geluid geen tijd behoeft. Als kind hebben we allen zeker meermalen opgemerkt dat, wanneer je op 100 meter afstand iemand met een hamer op een paal ziet, het geluid van den slag je niet bereikt op het ogenblik dat de hamer op den paal ziet neerkomen, maar even later. Er ligt een duidelijk merkbare afstand tusschen het zien en het hooren. En hier komt het geluid over een afstand van 12.000 kilometer, 2400 uren ver, tot je, op hetzelfde oogenblik als het dáár gegeven wordt.
Een der ambtenaren, de heer Koomans, wordt aan ons voorgesteld als "de technicus" van het geval.
We hebben hem warm de hand gedrukt, omdat hij voor ons vertegenwoordigde het gehele korps van degenen, die ons dit wonder hebben laten beleven.